Ongevoeligheid voor het verzadigingshormoon – leptine

Mike Donkers over leptine:

Leptine is het hormoon dat door onze vetcellen wordt aangemaakt. Zo belangrijk is vet dus dat er een speciaal signaleringshormoon voor bestaat dat door alle vetcellen kan worden afgegeven! Ons lichaam hoort te draaien op vet, want wij zijn aërobe, hoger ontwikkelde vetverbranders, niet anaerobe, primitieve suikervergisters. Leptine geeft aan of er voldoende vet in het systeem aanwezig is. Hoe lager je leptinegehalte, hoe meer vet er in het systeem aanwezig is.

Dit betekent dat de meesten van ons helaas te hoge leptinewaarden hebben, omdat we door stress en/of door koolhydraatrijke vulling (geen voeding) meer suikers dan vet in ons bloed hebben. Leptine geeft dan een signaal af aan de alvleesklier om insuline te produceren. Het lichaam schakelt over van een natuurlijke vetverbranding naar onnatuurlijke suikervergisting, omdat het van cruciaal belang is dat de glucosespiegel in het bloed niet te hoog wordt. De functie van insuline is dan op zeer drastische wijze overtollige bloedsuiker uit het bloed te halen door deze in de cellen te duwen, waar de suikers worden omgezet naar de werkelijke brandstof van het lichaam, nl. vetten.

Hierdoor kan de bloedsuikerspiegel weer te snel dalen, wat eveneens ongewenst is. Dit veroorzaakt een stressreactie in het lichaam, waarbij de bijnieren hun taak op zich nemen om de bloedsuikerspiegel weer te verhogen door de lever aan te sporen om glycogeen af te geven, die onmiddellijk glucose wordt in het bloed. Tevens zul je een onbedwingbare trek krijgen in koolhydraten, waarmee je ook vrijwel onmiddellijk de glucosespiegel doet stijgen. Hierdoor creëer je voortdurend schommelingen tussen een te hoge bloedsuikerspiegel (hyperglykemie) en een te lage (hypoglykemie), waarbij er een schadelijke en op termijn zelfs gevaarlijke dans ontstaat tussen de bijnieren en de alvleesklier. Deze bloedsuikerschommelingen worden samengevat onder de term dysglykemie (verstoorde bloedsuikerspiegel).

Als de bijnieren overactief worden (en dat worden ze op deze manier) zullen ze grote hoeveelheden ontstekingswerende cortisol afgeven (bedenk dat leptine, dat door een te hoge koolhydraatinname wordt verhoogd, een zgn. cytokine is, oftewel een ontstekingsvormende stof). Grote hoeveelheden cortisol onderdrukken weer de schildklierwerking, waardoor deze trager gaat functioneren. Samen met de bijnieren regelt de schildklier o.a. de hartslag en de bloeddruk. Zowel de hartslag als de bloeddruk zullen omhoog gaan bij een onderactieve schildklier. De schildklier kan ook overactief worden ter compensatie van uitgeputte (en nu dus onderactieve) bijnieren. De schildklier kan zelfs aangevallen worden door ontstekingsprocessen (‘autoimmuun’), evenals andere organen. Koolhydraten veroorzaken en verergeren deze situatie, maar ook bewerkte, plantaardige oliën/vetten. Het lichaam wil deze wegbranden d.m.v. zuurstof (oxidatie). De vrije radicalen die hiervoor worden gecreëerd branden alles op hun pad weg en dat kan ook ten koste gaan van gezonde cellen, weefsels en organen. Kortom, er is paniek in het lichaam!

Je kunt je voorstellen dat een lichaam dat dagelijks een dergelijke, constante strijd moet leveren voor zijn voortbestaan wel iets anders te doen heeft dan zich voort te planten en deze ellende door te geven aan de volgende generatie. Vandaar dat de natuur de wijsheid heeft om de geslachtshormonen te onderdrukken in een dergelijke situatie. Desondanks worden er toch nog kinderen geboren uit dergelijke ouders, ongelooflijk maar waar. Deze kinderen hebben dan al vanaf de eerste levensdag een achterstand qua hormoon- en bloedsuikerspiegel. Deze kinderen zijn wij, de naoorlogse generaties. Niet voor niets worden we alsmaar onvruchtbaarder! Ik waarschuw hier voortdurend voor, maar de algemene houding lijkt te zijn dat ik een paniekzaaier ben en dat het ‘allemaal wel meevalt’. Niet dus, het valt wel maar niet mee!

Ik hoop dat dit een aardig overzicht geeft van wat je je lichaam aandoet op basis van het ‘gezonde’, westerse koolhydraatrijke en vetarme voedingspatroon, boordevol transvetten en andere moleculaire misbaksels.

Mike

———-
OOK OVER LEPTINE:

De vetcellen van ons lichaam maken leptine aan. Leptine heeft als functie om aan te geven of er sprake is van overvloed of schaarste. Het is een hormoon dat relatief recent ontdekt is (1994), maar het geeft ons een interessant inzicht in suikerverbranding tegenover vetverbranding. Ik zal het uitleggen:

Allereerst moeten we helemaal terug in de tijd naar het prille begin van de aarde. De aarde was toen een verstikkende gasmassa en het enige leven dat er was, bestond uit eencellige organismes die zich voedden op basis van fermentatie van glucose. De goede verstaander ziet hier meteen een verband tussen gebrek aan zuurstof en suiker (kanker), maar daarover zo meer.

Complex leven op deze planeet zou niet mogelijk zijn als deze eencellige organismes niet op een bepaald moment hadden besloten samen te clusteren. Het eerste product van deze samenwerking was de planten- en bomenwereld. Deze waren in staat koolstofdioxide uit de atmosfeer in te ademen en zuurstof uit te ademen. Daarna kwamen de dieren, de eerste op zuurstof gebaseerde, complexe organismes. Ten slotte kwam de mens.

Alle op zuurstof gebaseerde organismes hebben met elkaar gemeen dat ze vetzuren gebruiken als brandstof. Ter herinnering: anaerobe, simpele organismes verbranden glucose. Barry Groves legt hier feilloos uit waarom zelfs plantenetende dieren een vetrijk voedingspatroon aanhouden:

http://www.second-opinions.co.uk/should-all-animals-eat-a-high-fat-low-carb-diet.html
http://www.second-opinions.co.uk/should-all-animals-eat-a-high-fat-low-carb-diet-2.html

Geen wonder dus dat wij mensen vetcellen hebben die het hormoon leptine aanmaken. Zoals gezegd, leptine geeft aan of er sprake is van overvloed of van schaarste. Overvloed of schaarste aan wat? Vet natuurlijk! Wij mensen zijn als complexe, aërobe organismes natuurlijke vetverbranders. Dit betekent maar 1 ding: het moderne koolhydraat-, zetmeel- en suikerrijke voedingspatroon behoort niet toe aan complexe, organismes als ons mensen en het bevordert dan ook anaerobe fermentatie van suikers.

Dit is bijzonder ziekmakend en zelfs dodelijk! In 1925 ontdekte de Duitse biochemist Otto Warburg dat kanker anaeroob is en zich voedt d.m.v. fermentatie van glucose uit de bloedstroom. Hij ontdekte tevens dat er helemaal niet zoiets bestaat als een kankercel, maar dat het een gewone cel is die lijdt aan verstikking: bij een zuurstoftekort van 60% of meer verandert deze in wat we een kankercel noemen. In werkelijkheid gaat het evolutionaire geheugen van onze cellen terug naar de prille oertijd, lang voordat er mensen waren en geven ze hun hogere functie van samenwerking op. In feite worden het opnieuw eencellige, primitieve organismes die zich in anaerobe omstandigheden in stand houden d.m.v. melkzuurfermentatie van suiker.

Ik krijg vaak de vraag: hoe komt de moderne mens dan aan dat zuurstoftekort op celniveau? Nu weet je het antwoord: door veel suiker, zetmeel en koolhydraten te eten. Dit wordt allemaal glucose in het bloed en dit gebeurt op basis van vergisting (fermentatie). Een andere inwendige fermentatiebron kan zijn: overmatige consumptie van eiwitten zonder ondersteunende vetten (waardoor het lichaam de eiwitten omzet in glucose) of een gebrekkige eiwitvertering a.g.v. te weinig maagzuur.

Telkens zie je die woorden ‘suiker’, ‘anaeroob’ en ‘fermentatie’ terugkomen. Daartegenover staan ‘vetten’ en ‘aëroob’. Nogmaals: op zuurstof gebaseerde organismes bedienen zich bij voorkeur van vet als brandstof. De celwanden van complexe, aërobe organismes zijn opgebouwd uit vetzuren, die vervolgens een optimale toevoer van zuurstof naar de cellen bevorderen.

Leptine geeft aan of er voldoende gezonde vetten in omloop zijn. Is dit het geval, dan kalmeert en ontspant het systeem, omdat ‘de jacht gunstig is’. Vergeet niet dat we uit de IJstijd stammen als jager-verzamelaars en ons vrijwel uitsluitend voedden met dierlijk leven, vooral dierlijk vet.

Indien er echter onvoldoende vetten in omloop zijn, geeft leptine een krachtig signaal af dat er sprake is van schaarste. Dit is uiteraard het geval bij een modern koolhydraatrijk en vetarm eetpatroon. Leptine spoort dan de alvleesklier aan om insuline af te geven. Insuline duwt vervolgens op agressieve wijze de overtollige glucose in de bloedstroom in de cellen. Dit dient twee functies: de suiker is uit de bloedstroom verwijderd en kan daar geen schade meer aanrichten en de energie uit suiker wordt opgeslagen in de cellen en omgezet in vet, de brandstof waar het lichaam werkelijk om vraagt.

Hierdoor vervetten de cellen en zetten ze uit, waardoor er zoveel vetopslag plaatsvindt dat we overgewicht krijgen. Zelfs mensen met een snelle stofwisseling die mager zijn merken dit, omdat ze ‘zwembandjes’ (‘love handles’) krijgen die er maar niet af te trainen zijn. Je kunt nl. wel suiker verbranden, maar geen insuline. Die vrije insuline (en suiker als je onvoldoende lichaamsbeweging hebt) in het bloed richt veel schade aan aan bloedvaten, organen, gewrichten en andere weefsels. Een eiwitrijk dieet om de bloedsuikerspiegel stabiel te houden helpt evenmin, want zonder consumptie van ondersteunende vetten zal het lichaam de eiwitten gaan omzetten in glucose. De overmatige consumptie van suiker en eiwitten zonder voldoende ondersteunende en afremmende vetten zorgt voor versuikering (glycatie) van eiwitten, waardoor ons bloed dik en stroperig wordt en er zelfs levensgevaarlijke bloedproppen kunnen ontstaan. Er is nog nooit onomstotelijk bewezen dat verzadigd vet en cholesterol verantwoordelijk zouden zijn voor dergelijke bloedproppen.

We moeten eens en voor altijd begrijpen dat ons lichaam zit te wachten op VET als brandstof en niets anders. Geen koolhydraten en geen eiwitten. De mens is een vetverbrander, punt. Dit voorziet zijn cellen van zuurstof. Suiker in de vorm van koolhydraten of omgezette eiwitten berooft menselijke (en trouwens ook dierlijke) cellen van zuurstof. Vandaar dat we meer vetten moeten eten dan eiwitten en meer eiwitten dan koolhydraten, in die volgorde. Met een moeilijk woord heet dit een ketogeen voedingspatroon, verwijzend naar ketonen als brandstof i.p.v. glucose.

Voordat je nu echter de keuken in gaat en ruimschoots margarine of halvarine op je boterham gaat smeren of gaat bakken in ruimschoots zonnebloemolie of maïsolie, laat me je dan ook daarin wereldwijs maken: dit zijn zwaar bewerkte, plantaardige ‘plastic’ oliën en vetten die het tegenovergestelde effect bereiken en je cellen juist luchtdicht maken en doen verstikken! Bovendien zijn de zuurstofmoleculen in deze bewerkte vetten beschadigd en missen daardoor een elektron, waardoor deze ‘moleculaire misbaksels’ gevaarlijke vrije radicalen vormen en degeneratieve oxidatie veroorzaken. Zie hierover meer in deze tekst. Het eerste wat je zou moeten doen is dus alle bewerkte plantaardige oliën en vetten linea recta in de prullenbak mikken en voortaan uitsluitend nog kokosolie, roomboter en olijfolie zowel warm als koud gebruiken. Je hoeft dan niet te kijken op een eetlepeltje meer. Leptine houdt vervolgens in de gaten of er voldoende vet in omloop is en indien dit het geval is wordt de alvleesklier ook niet meer aangespoord om insuline te blijven produceren.

Er komt hierdoor een algehele rust en ontspanning in je totale systeem, want er is geen stress. De bloedsuikerspiegel hoort nl. alleen in tijden van acute stress dramatisch te stijgen. Het lichaam heeft dan geen tijd voor de te langzame, geleidelijke vetverbranding. De bedoeling is om meteen glucose naar de hersenen en spieren te laten gaan, zodat we snel kunnen beslissen of we moeten vechten tegen of vluchten voor het gevaar en bovenmenselijke spierkracht krijgen om vechten of vluchten mogelijk te maken. Je kent het hormoon dat hiermee gepaard gaat wel: adrenaline. Dit is een hormoon dat geproduceerd wordt door de bijnieren, die de lever aansporen zijn glucogeenvoorraad direct af te geven aan het bloed, waar dit wordt omgezet in glucose.

Voortdurend de bloedsuikerspiegel verhogen door overmatige consumptie van koolhydraten en eiwitten zonder ondersteunende vetten werkt dus voortdurende stress in de hand. Leptine stuurt dan insuline aan om de glucose op te slaan als vet, als reactie op schaarste. Suiker = schaarste = stress. Vet = overvloed = ontspanning. Vandaar dat koolhydraten slechts energie op korte termijn verschaffen en er geen rem op de inname ervan lijkt te zitten, terwijl vetten lange termijnenergie verschaffen en je een krachtig verzadigingsgevoel geven, tot op het misselijke af als je er teveel van eet! Ooit iemand gezien die verslaafd is aan biefstuk? Ik niet. Ik zie wel niets dan suikerverslaafden. Dat verzadigingsgevoel is de werking van leptine en overmatige koolhydraatconsumptie gaat dit signaal van leptine tegen, waardoor je maar door blijft eten. Alles begint dus bij vet, precies wat Weston Price ook ontdekte, die naar vetoplosbare vitamines verwees als ‘activators’.

Enne dames: je kunt niet vet worden van vet, als je vet verbrandt. Suikerverbranding, daarentegen, resulteert in vetopslag en, nog veel erger, celverstikking (zuurstoftekort op celniveau), waardoor je risico op kanker, diabetes en hart- en vaatziekte toeneemt, alsmede elke andere denkbare welvaartsziekte. En mager maar gezond? Ik dacht het niet! Ondergewicht is een nog veel groter probleem dan overgewicht, want je hebt dan geen reserves en geen reserves = schaarste. Door de stress die suikerverbranding creëert kan het lichaam te snel (ondergewicht) of te langzaam (overgewicht) gaan draaien, twee kanten van dezelfde medaille. Helaas hoor je bijna nooit iets over ondergewicht, omdat ons verwrongen beeld van een ‘gezond gewicht’ ondergewicht in de hand werkt en dus sociaal geaccepteerd is als zijnde ‘mooi slank’.

Een suikerverbranding kan ook leiden tot leptineresistentie. Leptineresistentie kan weer leiden tot insulineresistentie. De cellen zitten dan overvol en willen geen suiker meer. Het kan ook zijn dat de plastic plantaardige vetten de celwanden dermate verzwakken dat de receptoren op deze celwanden niet of nauwelijks meer functioneren, waardoor er geen goede hormonale communicatie met de cellen meer mogelijk is. Er is maar 1 uitweg: geleidelijk je koolhydraatconsumptie verminderen tot ergens tussen de 50 en 100 gram koolhydraten per dag en je consumptie van vetten vermeerderen. Zolang je ofwel via te veel koolhydraten, ofwel via te veel eiwitten een te hoge insulinespiegel hebt, zul je geen gezonde vetverbrander worden en in de suikerverbranding blijven hangen en de daarbij behorende vetopslag in de cellen.

Als het om vet gaat, zijn er uiteindelijk maar twee keuzes: plantaardig of dierlijk. Planten zijn doorgaans niet rijk aan vet, maar dieren des te meer. We hebben ons het grootste deel van onze evolutie hoofdzakelijk gevoed met dierlijke vetten en eiwitten. De vetzuursamenstelling van dierlijk vet is afhankelijk van wat de dieren eten. De juiste planten horen aan de basis te staan van ons dierlijk voedsel en die planten horen weer te groeien in de juiste bodem, een bodem die mineraalrijk is. Opnieuw bevestigt dit het onderzoek van Price, die concludeerde dat de voeding van gezonde natuurvolkeren rijk was aan dierlijke vetten en aan mineralen. Bovendien is de keus voor dierlijk logisch als je beseft dat de meeste plantaardige vetten zwaar bewerkt zijn en dierlijke vetten niet.

Een gezonde vetverbrander eet onbeperkt dierlijk vet van de allerbeste kwaliteit, niet te veel en niet te weinig eiwitten en zo weinig mogelijk koolhydraten. Het lastigst is de overgang van suikerverbranding naar vetverbranding. Maak niet de fout door te drastisch je inname van koolhydraten te verlagen, want een leven lang glucose verbranden is niet zomaar ongedaan te maken. Streef echter wel naar minimalisering van inname van koolhydraten en maximale vetinname, met eiwitten ergens mooi daartussenin.

Mike

Bron