Vetverbranding en sporten, gaat dat samen?

Straight away - sporten

Tijdens het sporten haal je de energie die je nodig hebt om te presteren uit je lichaam. Zolang de hartslag laag blijft kan het lichaam de energie uit de vetreserves halen. Wanneer de hartslag hoger is is het proces om snel aan energie te komen uit vet te complex. Sporten is voor het lichaam een situatie dat het herkent als ‘vluchten of vechten’. Zeg maar een stress situatie. Op dat moment  heeft het lichaam behoefte aan snelle direct te gebruiken energie, immers je moet vluchten of vechten. In deze situatie heeft het lichaam een mechanisme dat snel energie kan halen uit de voorraden glycogeen (lees koolhydraten). Dit verklaart meteen ook de behoefte die we  hebben aan ‘zoet’ in stress situaties. Aangezien je de inname van calorieën tijdens het afvallen hebt teruggebracht (600 kcal – 900 kcal) krijg je die snelle energie niet binnen door je voeding en zijn de voorraden glycogeen al in de eerste 3 dagen opgebruikt. Dus moet het lichaam het op dat moment zoeken in de eigen weefsels. Direct te gebruiken calorieën zitten voornamelijk in het spierweefsel. Je zult door te sporten tijdens een dieet wel afvallen maar dit gewichtsverlies is verlies van spiermassa. Het vetpercentage verandert niet en lijkt zelfs te stijgen. Sporten tijdens het afvallen geeft klachten als pijnlijke spieren, moe zijn, zware armen en benen, geen energie hebben.

Wat kan je dan wel doen?

Tijdens het afvallen mag je matig intensief een half uur per dag bewegen. Fietsen, wandelen, huishouden zoals ramenlappen, stofzuigen, rustig zwemmen. In veel gevallen kun je blijven doen wat je gewend was echter minder intensief. Afhankelijk van je sport dien je een extra product te gebruiken om geen spiermassa te verliezen.

Krachttraining: beperkte oefeningen voor de grote spieren (benen, billen, armen). Korte (2-3 min) en intensieve bewegingen. Onregelmatig door de week, max 3 x per week.